Hoofdtekst
Schrik van een oude vrouwAlfonsine: Ik heb ook nog schrik gehad van één die al oud was. Ik zeg nie dat da meesch slecht was, hé. Maar we hadden er zekkene [zo een] schrik af: “God, die toëveres is d’r!”. En wijr allemaal loëpen als kinneren. En wijr hadden daar schrik af omdat ze zo geheimzinnig was. Ze was al oud. En ze had a zo een moeschken op here kop met ne strik onder haar kinne. En wijr peisden dat da een toëveres was hé. Als kind hé, ja… ’t Is als kind da ge alles ziet hé.Julia: Wat dat de meeschken toch kunnen hé. Want da was nu nie meer een toëveres als gegij of ‘k ik hé. Want de meeschken…Alfonsine: Zij had zij dienen naam hé.Julia: Dat is bijgeloof hé. D’r moet maar enen zijn die da vertelt en ze vertellen ’t allemaal hé.
Beschrijving
Enkele kinderen waren erg bang voor een oude geheimzinnige vrouw die ervan werd verdacht een toveres te zijn. De vrouw droeg altijd een muts op haar hoofd, die met een strik was vastgebonden.
Bron
F. Van Impe, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (aalst en omgeving)
7
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aalst   
