Hoofdtekst
Er was dao nen joenge kerel van een joar of vufentwintig die noar hus gienk roend den één ’s nachts. Je geloeofde niet an spoken en lachtte d’er mee. Olmetnekeer hoeorde ne doa een groeot gedrus boven zien hoeofd precies of van een bende hoenden die vochten. En je was gedwoengen van noar hus te loeopen.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een jongeman van ongeveer vijfentwintig jaar ging omstreeks één uur 's nachts naar huis. De man geloofde niet in spoken. Plots hoorde de man boven zijn hoofd echter een lawaai alsof er honden aan het vechten waren. Daarop liep de man naar huis zo snel hij kon.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
70
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingelmunster   
