Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DTRUY0083_0083_9229

Een sage (mondeling), 1946

Hoofdtekst

Vroeger gingen de jong "vrölie" (meisjes) overal zoo spinnen, vijf of zes dagen aan één stuk in den Winter. De jong mannen gingen gewoonlijk ook mede. Gij weet wel hoe dat is. Een jonge man vrijde met een van die jong meisjes. Te 12 u. zeide deze jongen tegen zijn meisje: "Vandaag kan ik onmogelijk met u meegaan naar huis, ik moet absoluut weg. ’t Is tijd, ik moet naar huis toe.""Och! blijf nog wat hier" - "Nee, nee, ik moet weg" en hij ging. Het meisje ging dan alleen naar huis. Doch pas was ze op weg of er kwam een groote, zwarte hond op het meisje af. Het meisje had haar vrijer eens hooren zeggen, dat ze dan haar zakdoek voor den hond op den grond moest werpen. Dit deed ze, en de hond verscheurde den zakdoek onmiddellijk. ’s Anderendaags gingen ze weer spinnen en toen zagen ze bij den jongen man, nog de stukken van den zakdoek tusschen de tanden hangen.

Onderwerp

SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)    SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   

Beschrijving

Een jongeman die de gewoonte had om zijn vriendin 's avonds naar huis te brengen, sprak om middernacht tot het meisje: "Het spijt me, maar vandaag kan ik onmogelijk met je meegaan. Ik moet dringend weg". Toen het meisje alleen naar huis ging, kwam ze onderweg een grote zwarte hond tegen. Op dat ogenblik herinnerde het meisje zich het advies dat ze ooit van haar vriend had gekregen en ze gooide een zakdoek naar het beest. De volgende dag stelde het meisje vast dat haar vriend de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.

Bron

D. Truyen, Leuven, 1946

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (noorden)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Hamont    Hamont