Hoofdtekst
Beschrijving
Een boerenknecht moest de veearts gaan roepen voor een paard dat een veulen moest werpen. De knecht haastte zich te paard naar de veearts en sprak tot de man: “Hier, neem mijn paard, dan ben je er snel”. De veearts antwoordde echter: “Neen, ik ga wel te voet”. Toen de knecht te paard terug op de boerderij was, kwam de veearts al uit de stal. Het veulen was geboren en alles was in orde. De veearts ging binnen in de boerderij om een glas bier te drinken en sprak tot de mensen: “Er zit een zeug met biggen in jullie kelder”. De zeug is snuffelend uit de kelder gekomen en naar buiten gelopen”;
Bron
W. Van Wesenbeek, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (brussel en omstreken)
417
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Asse   
