Hoofdtekst
In Matere was ’t er ne boerenknecht ne schaper. Er was een feest en ie moest er naartoe gaan. Maar hij had nog veel werk. Hij moest nog nen hoop mest breën.“Ik de mijnen”“en elk de zijnen”, zei’t ie.Mee de hulp van den duivel waren alle hopen in ne wink uitgebreid.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij in Matere werkte een schaapherder. Toen er een feest was en de herder het veld nog moest bemesten, zei hij: “Ik de mijne en elk de zijne”. Met de hulp van de duivel was het veld in een mum van tijd bemest.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
398
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
Plaats van Handelen
Matere   
