Hoofdtekst
Beschrijving
Een boer werd de hele tijd door de duivel geplaagd. De boer had zich al door de paters laten overlezen, maar de duivel bleef hem kwellen. Op een dag strooide de boer een bijenkorf vol raapzaad uit over de hooimijt. De duivel moest alles korreltje per korreltje oprapen.
Bron
P. Smets, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
antwerps (tussen agglomeratie en rupelstreek)
388
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kontich   
