Hoofdtekst
Op ’t Vlèruskot ’t zat dar ook zo’n Duitse Schaper en je (hij) koste ook etwa (iets) wènden dien. ‘k Heb dat vroeger ook dikkels horen vertellen van mensen, och heer ja, ze zijn ook al lange dood en geoordeeld. En z’hadden daar altijd een peerd meer dan dat z’hadden. En dat peerd ging mee naar ’t land voor te ploegen en al, en ’s avonds wasten (was hij) weg en ’s nuchtens wasten daar were. En de zondag wasten daar ook niet, ze wrochten ton niet he. En dat was Vlèrus die hem koste veranderen in peerd. ’t Spookte daar ’n helft van tijd (soms) erg wè (hoor). En die boer kreeg benauwd. En zeiten tegen de paster wat moet ik toch doen? J’is bekwaam van hier alles aan den hals te brengen. Geef gij hem maar pap met look, zeiten en je gaat er hij wel van onder trekken en ’t was waar ook. En ’t spookte niet meer ook.
Beschrijving
Op het Vlèruskot woonde een Duitse schaper die zichzelf in een paard kon veranderen. Op zondag en 's avonds na het werk verdween het paard altijd. Op aanraden van de pastoor gaf de boer zijn knecht pap met look. Daarna is de knecht voorgoed vertrokken.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Vlèruskot   
Naam Locatie in Tekst
Snaaskerke   
Plaats van Handelen
Vlèruskot   
