Hoofdtekst
9 X -En dat is ook gebeurd met Madame Ceuterick (Simone Ceuterick), koffiebranderij Ceuterick, hebt ge daar nog van gehoord?II -Ja, daar heb ik nog van gehoord, jaja.9 -Wel, die mensen hun meubels stonden hier binst de oorlog van madame Ceuterick, hier niet, op de boerderij ginder hé. Zij was eigenlijk begoed, want als ze trouwde, ôt (had) ze zeven huizen. En ze was getrouwd met een Eeckhout en die boemelde dat d’er allemaal door. En het vrouwvolk wat achterna lopen, allez, het plezier achterna, zoverre, dat de kinders al, Simone en Werner, die dochter was getrouwd in de zagerij Baetens (ze was met iemand van die zagerij getrouwd) op de Neerstraat, waar dat nu, dat was een zagerij, Carlos Baets, Carlos heette hij, Charles (Charles Baetens, Bruggenhoek 22) was zijn vader. Carlos Baets dat was de zoon en die zoon was getrouwd met Simone Ceuterick.II -Dat was aan ‘t kasteel van Egmont daar hé?9 -Nee, Egmont niet, wel ja, aan de achterkant.II -Wel ja dat was toch beneden voor naar ding te gaan.9 -Van Peuzelaar, ‘t kasteel van Peuzelaar waar dat die meubels allemaal staan hé. Dat groot kasteel is toch van Peuzelaar dat ze zeiden hé?E9 -Ik weet dat niet ze. Jamaar ik weet waar dat dat is, maar of dat van Peuzelaar is, dat weet ik ook niet hé.9 -‘t Kasteel van Peuzelaar, ik geloof dat ik dat nog horen zeggen heb, ik geloof dat ik een jaar of tien was, als we in ‘t school waren, die blokken dat ze in (op) de grond smeten, want dat was allemaal een grote rotterij hé, ‘t is dat kasteel dat ik bedoel, die zo op een hoekje staat.II -Maar ‘t is daar toch als hier het kasteel van Egmont staat en ge gaat naar Elene toe, aan ding daar voor naar Elene te rijden en als ge rechts rijdt hebt ge de Buke dat is toch daartussen hé dat hij woonde Charles Baetens?E9 -Ja.9 -Ja. En die mensen hebben wij eigenlijk heel goed gekend, ik zeg, hun meubels hebben hier gestaan binst de oorlog. En nu, die man, die Eeckhout daar, die was het afgestapt met een andere vrouw en ze zaten in Parijs, in Parijs met zijn bijzit, en de jongens waren thuns (dan) al groot, want ze reden met de auto, ze reden zij naar de winkels met koffie en al hé, met koffie, ja, ‘t was een koffiebranderij hé. En Simone die ging recommanderen en Werner die dood is in het concentratiekamp die reed ook al met de auto, ze moeten rond de twintig jaar geweest zijn. Allez, kom, op een keer kreeg madame Ceuterick een telefoon van een kapelaan van een kerk van Parijs voor (om) zo gauw mogelijk naar daar te komen, dat haar man op sterven lag, maar dat hij niet kon sterven, dat zij er moest bijzijn. “Ah” zegt ze, “Dat hij eens fijn naar de duivel loopt! Hij heeft mij g’heel mijn leven tekort gedaan en nu kan hij niet sterven, hij kan niet genoeg afzien!” Allez, kom, ik moet niet zeggen zoveel keer, ze heeft dat gezegd ze, hoeveel keer dat die kapelaan geschreven ôt (had), dat hij uiteindelijk zei : “Kijk, als gij Christen zijt, moet ge kunnen vergeven.” – “Jamaar, we gaan nog enkele dagen wachten, hij kan niet genoeg afzien!” Met den anderen zijn Simone en Werner en madame Ceuterick zijn naar Parijs gereden, naar dat bepaald adres daar hé en ginder natuurlijk voor hun plezier, want ‘t was eigenlijk haar man en ‘t was de jongens (kinderen) hun vader. En hij heeft ook schoon gevraagd of dat ze hem vergiffenis wilde geven, dat hij niet kon sterven en ze had gezegd van “Ja.” en ‘t was gedaan, op slag was hij dood, onmiddellijk. Dat zei ze madame Ceuterick : “Dat kunt ge niet geloven,” zegt ze, “hoe dat dat is. Ik heb daar ziek van geweest,” zegt ze, “ziek!” zegt ze, “Dat ze zo zitten te wachten hé en niet kunnen sterven, niet kunnen!” Jamaar, ze zei thuns (dan) ook - ze is pertang (nochtans) niet neig (erg) christelijk ze! want bij Carlos Baetens waren ze ook niet neig (erg) christelijk - ...II -Ah ja, dat waren liberalen daar hé.9 -Carlos weet ik zo goed niet, maar Charles Baetens was eigenlijk een logeman hé.(Mijn vader informeert nog naar een andere Ceuterick, die er niets mee te maken heeft. Dit schreven we niet uit. We informeren bij onze informant ook nog of hij aflezers kent, maar dit is niet het geval. Hetzelfde was het geval toen we informeerden naar sagen omtrent duitse schapers.)
Beschrijving
Een vrouw die hard werkte, was getrouwd met een man die al het geld uitgaf. De man ging in Frankrijk wonen en de vrouw bleef in België. Op een dag kreeg de vrouw telefoon van een kapelaan uit Parijs, die haar vroeg om zo snel mogelijk te komen omdat haar man op sterven lag en hij niet kon sterven wanneer zijn vrouw niet bij hem was. De vrouw antwoordde: "Dat hij naar de duivel loopt! Hij heeft mij mijn hele leven doen lijden en nu kan hij niet sterven. Hij kan niet genoeg boeten voor wat hij heeft gedaan!" Uiteindelijk ging de vrouw toch samen met haar kinderen naar Parijs. Enkele seconden nadat de man haar vergiffenis had gevraagd en zij "ja" had gezegd, stierf de man. De vader van die man was bovendien een vrijmetselaar.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
9X
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
Plaats van Handelen
Frankrijk   
Parijs   
