Hoofdtekst
’t Woren twee gebroers die nor de kermesse gingen en z’an te lange gekermest. ’t Wos in de middel van de nacht dat ze nor huus kwamen. Ze woren te peerde, verstaait? Hoe wos dat nu? Die peerden wilden niet meer voortgoon. ’t Woren dor mannen van Bakelandt die die menschen wilden arreteren. Tink me dat ze van Rozebeke woren. Den enen één ze gepakt en den andern is ontsnapt. En dat wos met e gedacht om dor in te breken. Z’één up ’t hof geweest – tink me dat ’t Lybeers hof wos – Bakelandt met e deel van zijn bende. Mor de paster wos dor voor die zeune die ziek wos van ’t verschot. Mor Bakelandt ee toen niet gedurfd. Een ding is zeker: z’één dor toch niet gepakt.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Twee broers uit Rozebeke kwamen 's nachts te paard terug van de kermis. Op zeker ogenblik bleven de paarden stilstaan. Vervolgens werden de broers aangevallen door de bende van Bakelandt. De ene broer werd door de rovers meegevoerd, de andere kon ontsnappen. De bende van Bakelandt wilde een inbraak plegen op de boerderij waar die broers woonden. Toen ze met dat doel bij de boerderij kwamen, stelden ze vast dat de andere broer net de Laatste Sacramenten moest ontvangen; die man was namelijk ziek geworden van angst. Door die onverwachte wending kon de inbraak niet plaatsvinden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
230F
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lybeer
Bakelandt
Bakelandt
Laatste Sacramenten   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Handzame   
Plaats van Handelen
Rozebeke   
