Hoofdtekst
Om voor hem boete te doen.Daar was eens nen boer en die had ne knecht, ne rampzalige en die was gestorven. Altijd als den boer ging putten dan hoorde hem (hij) nen diepe zucht. "Maar wat is dat toch, vanwaar zou dat toch komen?" Op ne keer ging hem weer putten en 't was weer hetzelfde: zo nen eendelijke (hartverscheurende) zucht. "Spreekt als ik u kan helpen", zei den boer, en hij hoorde direct dat dat zijne knecht was die antwoordde. "Ik geraak niet weg (geraak niet verlost). Ge moet voor mij een jaar vasten", zei de knecht. Den boer heeft dan een jaar lang gevast, maar als dat jaar om was toen hoorde hem dat gezucht nog. "Wat is het, zijt ge nu nog niet weg?" zei den boer. "Neen", zei de knecht, "ge hebt het verkeerd gedaan. Ge hebt gegeten voor 12 ure en ge moest wachten met eten tot na 12 ure. Ge zoudt nog een jaar moeten vasten." Den boer die deed dat maar voor dat jaar om was, is hem ervan gestorven.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een boer wiens knecht gestorven was, hoorde bij de waterput altijd een diepe zucht. Op een dag vroeg de boer: "Spreek als ik u kan helpen". Daarop antwoordde de stem van de knecht: "Ik geraak niet weg. Je moet voor mij een jaar lang vasten". Toen de boer dat had gedaan, hoorde hij het gezucht nog steeds en vroeg: "Ben je nu nog niet weg?", waarop de stem antwoordde: "Neen, je hebt het verkeerd gedaan. Je hebt gegeten vóór twaalf uur en je had moeten wachten met eten tot na twaalf uur". De boer nam zich voor om nog een jaar te vasten. Vóór het jaar om was, is de boer echter gestorven.
Bron
W. Van Hoof, Leuven, 1963
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (heist-op-den-berg en omgeving)
98
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wiekevorst   
