Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JVENK0083_0083_10074 - Dwaaslicht zo groot als een duif brandt hand in een deur

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Een dwaaslicht is zoe groet as en duif. Ik was et m’ne kameraod en ik zeg zoe: "As er dwaaslichte afkome dan moette niet gaon loepe." "Niêniê" zaet hem, maa het wilde zjus lukke dat we uit het broek kome, en we komen in e bos en ze komen afgevloge; ze vlogen over os. Ik zeg: "Laat ze maar stillekes doen"; en hij pakte z’n broek in z’n hand en hij voerts. Ik was dao niet bang van, ik liet die doen. Ge moogt dao noeit nie op wenke want dan kome ze nao oech en dan kome ze op oe schaevers zitte, want dat is eigelik geen licht. Maar as de mense nog leve, dan zal ik me tu meerijde, dao heef ’n dwaaslicht z’n hand op de deur gebrand en die deur hebben ze moete uitpakke. Nu bestaat dat zo niet mie, maa vroeger bestond dat herd, zunne.

Onderwerp

SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran    SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran   

Beschrijving

Twee mannen zagen in het bos dwaallichtjes voorbijvliegen. De lichtjes waren ongeveer zo groot als een duif. Naar dwaallichtjes mocht men niet fluiten, want dan kwamen de lichtjes op de schouder van de spotter zitten. Het is ook al gebeurd dat dwaallichtjes een hand in de deur brandden.

Bron

J. Venken, Leuven, 1968

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
limburgs (maasvallei)
40
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Maaseik    Maaseik