Hoofdtekst
Ene joager sjwout (schoot) eens op ne keer ne hoas dood. Hij gonk kotterbai en woa zoog hij: het was ene blaawe hoas en opeens was de hoas voert. Toen versjeen do opeens ene hond en donwoi een kat. Ze krabden in de groond en de groond vloig emhoog. De joager moes zich aut de vuut moaken want zofel vlwoig de groond emhoog. Toen goenk de joager voert, kiekte eens eum en zoog een sjikke witte medam woa zaag: 'As zjei nog kotterbai koomp, dan sjieet ich.' De joager loep rap voert want hij betrouwde dat speel nemai.
Onderwerp
SINSAG 0310F   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0345A   
Beschrijving
Een jager had een haas doodgeschoten. Toen hij dichterbij kwam, stond het dier merkwaardig genoeg weer op en het sprong weg. Even later verschenen op diezelfde plaats een hond en een kat, die zo hard in de grond begonnen te graven dat de aarde in het rond vloog. De jager liep een stukje verder en keek dan achterom. Hij zag een witte juffrouw, die zei: "Als je nog dichterbij durft te komen, dan schiet ik!" De jager was zo bang dat hij snel wegliep.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
205
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Guigoven   
