Hoofdtekst
In mijn moeder haren thuis hadden ze een Thurken en dat kind was ook betoverd: altijd ratten over die wiege lopen. En op ne keer staat er daar een zwarte henne op den trap en ze lopen d’er achter, en achter den berm verdween ze. En dat kind is toen gestorven en op zijn graf groeidegen altijd witte rooskes!
Beschrijving
Bij een familie had men een kind dat betoverd was. Men zag altijd ratten over de wieg van het kind kruipen. Op een dag zagen de mensen een zwarte hen op de trap staan. Toen ze er achter aan liepen, verdween ze achter de berm. Het kind is gestorven. Op zijn graf groeiden witte roosjes.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
343
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
