Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MREYN0230_0230_19828

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

Up ’t hof waar da’k kartan (paardeknecht) wos in Nieuwkerke waren der drie zeuns, die olsan te peerde uitgingen, en up ne keer wos er entwaar een grote feeste, en de boer had juste een schoon nieuw peerd gekocht; en dien boer koste wreed vloeken; oe ’t hem niet aanstond je vervloekte olles. En nu, de zeuns vroegen hem oe ze dat nieuw schoon peerd mochten meedoen, en de boer schoot in een franse koleire, en je vervloekte dat peerd en je zei: "’k Wensche maar één ding, dat dat peerd nooit koste gaan", en nog een hele reken vloeken der bij nateurlik. En mijn ziele, den dag erup, de zeuns mosten niet uitgaan, dat peerd lag daar uitgestrekt, helegans stijf, er koste daar niet meer aan bewegen, en ’t hèd daar drie maanden zo gelegen totdat ’t kreveerde, en dat kwam ollemale door die vloek van den boer.

Beschrijving

Een paardenknecht werkte op een boerderij in Nieuwkerke waar men drie zonen had, die altijd te paard op stap gingen. Op een dag was er ergens een groot feest. Toen de boer één van zijn zonen weigerde een nieuw paard mee te nemen, begon de zoon te vloeken en zei: "Ik wens maar een ding; dat dat paard nooit kan lopen!" De volgende dag lag dat nieuwe paard plat op de grond. Drie maanden later is het gestorven.

Bron

M. Reynaert, Leuven, 1965

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
299
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Passendale    Passendale   

Plaats van Handelen

Nieuwkerke    Nieuwkerke