Hoofdtekst
Beschrijving
Als men een heksenboek in de kachel of in de oven stak, dan vloog het er weer uit. Om zo’n boek te kunnen verbranden, moest de pastoor het eerst overlezen hebben. Heksen gaven hun toverkracht door aan hun oudste dochter. Als ze dat niet deden, dan konden ze niet sterven. Meestal waren het ongeletterde mensen die heksenboeken bezaten. Een vrouw uit Averbode die niet kon lezen, had een hele stapel boeken. Als men ook maar één bladzijde in zo’n boek las, dan was men behekst.
Bron
M. Houtmeyers, Leuven, 1957
Commentaar
2.3 Toverboeken
brabants (diest en omstreken)
306
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichem   
