Hoofdtekst
Virgenie: Maar de Zwarte zelf was ook kwaad op Trees zenne. Want hij zei eens tegen zijn Trees: 'Ik ga in de put springen.' Maar hij pakt een hout en dat gooit 'm in de put. Trees was zo rap nog niet buiten, maar toen heeft ze 'gelammeteerd' (geklaagd) zenne! En hij zat te lachen achter de put.Virgenie: En op een keer kwam mijn broer met de fiets van Hasselt en toen sprong er een konijn tussen zijn rad. Later kwamen er twee meiskes bij Trees en die zeiden: 'Trees, ik heb zo'n honger.' Maar Trees zei: 'Kind, ik kan geen boterham afsnijden, ik heb pijn in mijn arm.' Dat was die poot van dat konijn die daar tussen gezeten had eh. En ze hadden dan ook eens aan de Zwarte gevraagd hoe dat dat dan was 's nachts, of dat die opstond of zo. 'Nee,' zei hij 'maar die kunt ge niet wakker krijgen.' Hij had dat geprobeerd, hij wist dat goed genoeg eh!
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een jongen die met zijn fiets terugkwam van Hasselt, zag onderweg een konijn tegen zijn wiel springen. Later op de dag kwamen twee meisjes uit het dorp bij een vrouw op bezoek met de woorden: "We hebben zo'n honger!" Daarop antwoordde de heks: "Ik kan geen boterham afsnijden, want ik heb pijn in mijn arm". De heks had zich in de gedaante van een konijn verwond aan het fietswiel.
De echtgenoot van de heks beweerde dat zijn vrouw 's nachts niet wakker te krijgen was.
De echtgenoot van de heks beweerde dat zijn vrouw 's nachts niet wakker te krijgen was.
Bron
F. Beerten, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (groot-beringen)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koersel   
Plaats van Handelen
Hasselt   
