Hoofdtekst
’t Is lange geleen. In Oekene brandde ne keer ne café, binst den achternoene. ‘k Was een joar of achttiene. Er stoend een hoveke met een stroeodak bie die café. Ze begosten te blusken met ketels woater. De paster van Oekene kwam doa gewandeld en je zei: “Komt er mo van”. Ze deien ’t en tegen dat ze ervan woaren, was de wiend ol gekeerd. Je had stoan lezen in ziene boek.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Oekene was brand uitgebroken in een café, waarnaast een huis met een strooien dak stond. Omdat er veel wind was en de vlammen dreigden over te slaan naar het huis, waren de mensen met emmers water aan het blussen. Even later kwam de pastoor voorbij met de woorden: "Kom maar terug naar beneden". De pastoor begon te bidden. Nog vóór de mensen op de grond stonden, was de wind al gedraaid, waardoor het huis gespaard bleef.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tielt en izegem)
413
Omstreeks 1907
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Izegem   
Plaats van Handelen
Oekene   
