Hoofdtekst
Voor den oorloge van veertien-achttiene ging ‘k vele naar de Walen en ‘k was niets geware. Maar sinds den oorloge koste ‘k de brugge van de Schelde niet meer op: van ’t moment dat ‘k de brugge naderde begoste ‘k te zweten, en ‘k koste niet meer voorder. En dat was altijd op dezelfste plekke, zuuste voor de brugge. En ‘k keek ’n beetje rond, zogezeid naar de nature, totdat er mensen passeerden, en alzo koste ‘k meegaan. Maar ‘ne keer dat ‘k op de brugge was, was dat gedaan. En den overkant van de brugge, dat deed ook niet: dat was altijd ’n bepaalde plaatse.En weet ge hoe dat kwam? Der was daar binst den oorloge ‘ne mens vermoord geweest, heel doorstoken, ’nen Avelgemnere. En dat was dien mens die uitstralingen gaf. Zelfs de peerden wilden daar niet passeren: ze moesten ze van de zwepe geven.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Sinds de eerste wereldoorlog geraakte een vrouw niet meer op de brug over de Schelde. De vrouw moest altijd wachten tot er nog andere mensen over de brug liepen. Pas dan kon ze door. Tijdens de oorlog was op die brug een man uit Avelgem op gruwelijke wijze vermoord. De straling van die dode hield de mensen en ook de paarden op de brug tegen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
273
WOI
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Schelde   
Avelgem   
