Hoofdtekst
Er stoat nen ast in Wielsbeke. Nen vint die doa wrochte kwam ne keer van zien hus, en gienk were noa den ast, ’s oavends loate. Oenderweuge zag ne dat ne achtervolgd was van een beeste. Oet ne achter hem keek was ze voeor hem en oet ne voeor hem keek was ze achter hem. Oetne an den ast kwam was nen tenden oasme (ten einde adem) van skippen ernoa, mo je had ze nooit kunnen passen.
Onderwerp
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
Een man die op een avond naar Wielsbeke wandelde, werd achtervolgd door een beest. Als de man achteromkeek, bevond het beest zich vóór hem; keek hij vóór zich, dan was het beest achter hem. Bij zijn aankomst was de man buiten adem van naar het dier te stampen. Hij had het dier echter nooit kunnen raken.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
148
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wielsbeke   
Plaats van Handelen
Wielsbeke   
