Hoofdtekst
Vroeger gebeurde dat ooit dat ze een toverboekske aanpakten, en dan kosten ze daar niet meer van afgeraken. Zo waren er eens twee hier op het Hollands. Daar kwam 'nen heer en een juffrouw, en die zegden: 'Moet ge niet lezen?' Den ene wilde niet, maar Jentje G., die had er 's avonds zoveel in gelezen dat ze naar de kerk moesten gaan. Ze gongen naar de Mis, en toen zegden ze: 'Hebt ge Jentje niet gezien?' 'Neen, niks gezien.' 'Waar is dat toch gebleven? Drinken doet het niet.' En toen ze hem zagen : 'Mé, Jan; boepste gezèèten? Ge zijt ook niet naar de kerk geweest.' 'Dat weet ik niet', zei Jentje, 'waar ik gezeten heb.' Die heeft veel last gehad om daar van af te komen: twee keren heeft hij het in het vuur gegooid, en twee keren had hij het weer achter in de maal.Toen is de pastoor gekomen en die heeft er hem van geholpen. Dat gebeurde meer dat er ene wat aangevangen had en dat hij er dan niet meer van af kos komen. Anders kos hij hem niks verwijten dan dat hij eens een korenaar gepikt had. Dat de pastoor toch wel recht in zijn schoenen gong.
Onderwerp
SINSAG 0753 - Zaubermacht gebrochen; Geistlicher verbrennt Zauberbuch.   
Beschrijving
Jentje G. had van een Hollandse heer en juffrouw een toverboekje gekregen, waarin hij onmiddellijk gretig begon te lezen. Toen Jentjes ouders 's avonds naar de mis waren geweest, vroegen ze bij hun thuiskomst aan Jentje: "Waar heb je toch de hele tijd gezeten?" Jentje antwoordde: "Dat weet ik niet." Jentje probeerde tweemaal het boekje kwijt te raken door het in het vuur te gooien, maar telkens kreeg hij het boek weer terug. Uiteindelijk heeft de pastoor Jentje van het toverboek afgeholpen. Die pastoor had zeker helemaal niets op zijn kerfstok; anders zou hij nooit de kracht hebben gehad om het boekje af te nemen.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Jentje G.   
Hollands   
Naam Locatie in Tekst
Bocholt   
