Hoofdtekst
Pareyns wijf (Deweerdt) had ook de naam van toveres. En ze kwam toch nooit binnen hoor, door die paasnagel.… En als er een dode was ergens, was ze er altijd eerst bij, met een ruiker bloemen.Ze had een zuster die non was, waar mijn zuster ook was, en als ze eens op bezoek geweest was, kwam ze mij soms iets zeggen. Maar ze kwam nooit in huis hoor. Ze bleef altijd aan de deur staan want er zat ook een paasnagel onder de deur. Ik ga niet zeggen dat dat mens iets kon, maar ze had toch rare manieren.
Beschrijving
Een vrouw die ervan werd verdacht een toveres te zijn, kon niet binnen in huizen waar een paasnagel onder de deur stak. Als er ergens iemand was gestorven, was die vrouw altijd als eerste ter plaatse met een ruiker bloemen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
170B'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederename   
