Hoofdtekst
Op ne keer was do in e haus van het deurp een ratteploag. Euveral zoeten do dikke grais ratten. Men kos do niks tegen dun, ze hoanen al alles geprobeeerd. Tenslotte weunde de pestoor geroepen. Dei goenk in de drai huuk van het haus het evangelie lezen en joeg de ratten langs de vierde hoek bauten. Sedert woren do geen ratten mai.
Beschrijving
Mensen uit Jesseren die te kampen hadden met een rattenplaag, lieten de pastoor komen. De geestelijke las in de drie hoeken van het huis het evangelie en liet de ratten langs de vierde hoek weglopen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (borgloon)
438
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Jesseren   
Plaats van Handelen
Jesseren   
