Hoofdtekst
Wij hadden een koe die moest kalven; en als die koe gedaan had met kalven bloedde ze geweldig, en de paardemeester (veearts) had alles gedaan om dat bloed tegen ’t houden, maar dat ging niet. En wij haaldegen een vrouw uit de geburen die dat bloed kon aflezen. En die vrouw is gekomen en z’heeft dat afgelezen en dat was ogenblikkelijk gedaan. En de paardenmeester die in niet en geloofde wist juist maar te zeggen dat de wetenschap gefaald had.
Beschrijving
Op een boerderij had men een koe die verschrikkelijk bloedde nadat ze een kalf had geworpen. Omdat de veearts niet kon helpen, liet men een vrouw uit de buurt komen, die de koe kwam overlezen. Daarna hield de koe onmiddellijk op met bloeden.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
652
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Schendelbeke   
