Hoofdtekst
I En dan het idee dat onrechtvaardigheid beboet wordt.2 Onrechtvaardigheid. Dat is zo. Vroeger, de mensen waren nogal bijgelovig. Maar niettemin is daar een gedeelte van waar. Want ik zal u het volgende zeggen. Waar in Emael het pensionaat stond. ja, daar was een pensionaat ‘Notre Dame’ in Emael. En het postkantoor en de villa van de zusters, waar de zusters gingen slapen. Dat was van de Kerk geweest. En met de Franse Revolutie was dat door de Fransen onteigend geworden, aangeslagen. Dat is dan de ‘zjüs’, de vrederechter (= † Constant Claes - de Schaetzen, Waterstraat 47) hier, die had dat allemaal gekocht. Die had daar nog een villa laten maken en zo. En dat is vergaan. Daar zit, woont praktisch niemand meer, maar werkelijk niemand meer van degenen die daar woonden in de jaren ’22, ’23, ’24. Eh, nee, later. Later, ik was 12 jaar toen ik in Emael kwam. Ja en awel, ik ben van ’17, zodus.I ’29.2 Rond de jaren ’29 -’30, hé? Awel, dat is allemaal … Toen heb ik … Omdat als zaakvoerder, en als kassier van de … Boerengilde, moest ik dikwijls bij de pastoor komen. En de pastoor Bollen (= † E.H. Emile Bollen, Pastoor Bollenstraat) die was advocaat geweest eer dat hij …priester werd. En ik, als ik daar kwam, de pastoor die, die nam die avond of die namiddag zo veel mogelijk vrij) om wat te praten. Awel, en toen zegde ik dan tegen de pastoor omdat hier is dat ook. En in Spouwen die families Mercken en zo. En Hardy’s. Die hebben allemaal… Dat was … geen zwart goed, dat was … goed van de religieuzen. Hé? En voor enkele frank konden ze dat kopen. Een oom van mijn moeder - zodus een broer (= † Everard Reggers - Theunissen, Waterstraat) van haar vader (= † Jan Reggers - Biesmans, Kwartelstraat) - die vroeg honderd frank voor twintig hectare te kopen. Met honderd frank, dat kunt ge begrijpen.I Was dat duur of was dat goedkoop?2 Ja, dat was goedkoop. Maar de mensen… Om niet verdoemd te zijn durfde de ene niet (zo’n goed te kopen), de andere kon niet omdat hij geen centen had en van dat . Awel en toen zegde ik dan tegen de pastoor. Ik zeg: "Ja, dat is hier zo." "Nee, Jan," zegde de pastoor. "Ik heb dat opgespoord. In Emael hebt ge wel," zegde hij, "een gedeelte. En dat zal altijd vergaan. Die daar opkomt, die zal vergaan." En dat is juist hetgeen ik u daar noemde. En dat is ook: daar zit niemand meer. Want de laatste keer, dat is over een half jaar dat ik op een begrafenis geweest ben … Ik ben daar een café binnengegaan wat gebouwd is op de hoek van dat perceel. En dat zijn gans vreemde mensen nu. De eerste die daar gebouwd heeft, wat de café gebouwd had, die had met mij op de school gezeten. En dat zijn allemaal andere mensen. En wat onrechtvaardig goed aangaat buiten het zwart goed dan. Dat wilde zeggen: iets nemen van iemand wat u niet toekomt. En daar hadt ge geen geluk mee. Want als het op dat gebied aankomt, hé, dan moet ik alle geluk hebben.I En hoe zei uw moe, uw ma dat ook alweer? "Onrechtvaardig goed…"2 "Onrechtvaardig goed gedijt niet." Gedije, dat is … wordt niet, brengt niks op.
Beschrijving
Tijdens de Franse Revolutie had een vrederechter een klooster als zwart goed gekocht en laten ombouwen tot een villa. Net zoals iedereen die onrechtvaardig goed bezat, kreeg ook die vrederechter ongeluk.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (groot-riemst)
2T 50
Franse Revolutie
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Franse Revolutie   
Naam Locatie in Tekst
Zussen   
