Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0324_0325_911 - Bokkerijders verjaagd

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

De bokkerijers waren hier op een geleeg aan 't stelen. De voorste deur was open, maar in die ouwerwetse huizen was er achter de voordeur nog een deur. Toen hadden ze ook van die pangeweren, en de bokkerijers kosten die vastzetten van ver, die gongen met den duivel om. Ze hadden 'ne stalen riek bij om de deur open te breken, maar de baas had van binnen de sjauf goed in zijn handen en ze kosten de deur niet open krijgen. Neven de deur stond vroeger een gat, en daar stond de meid met de koeketel met kokend water. En als de baas de sjauf niet meer kos houwen, dan gooide de meid hun met kokend water in hun gezicht. Hij wou door het vensterke schieten, maar ze bogen hem heel het geweer krom. En daar kortbij woonde een weduwvrouw, op 't Gieres, dat was een wiefke met vier, vijf jongens, echte vechtersbazen. Die dacht 'die zijn weer aan 't vechten', en ze had een deel honden, die maakte ze los, en die begosten te kaffen. Zij nam zelf ook 'n kluppel en daar op aan. De heren van het kasteel werden ook wakker met al dat lawijt, en die pakten hun pistolen, en ze schoten 'ne keer of ettelijk door de bomen. De knechten waren op de bovenste zolder gekropen, en ze begosten te schreeuwen van de schrik. Toen zijn de bokkerijers moeten gaan lopen.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Op een dag wilden de bokkenrijders in een huis gaan stelen. Toen de voordeur reeds was opengebroken, probeerden de rovers met een mestvork de tweede deur open te krijgen. Aan de andere kant probeerde de boer echter uit alle macht de grendel op de deur te houden. Wanneer de boer de deur niet langer kon dichthouden, goot de meid een kom kokend water in het gezicht van één van de rovers. Het geweer van een rover die door het raam wilde schieten, werd helemaal krom gebogen. Ondertussen had een weduwe uit de buurt haar honden losgelaten, en hadden de kasteelbewonders hun geweren geladen. Omdat de bange knechten op de zolder luid om hulp riepen, moesten de rovers wegvluchten.

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Dit verhaal werd verteld door Jaak V. en de twaalfjarige Jefke V.

Naam Locatie in Tekst

Opoeteren    Opoeteren