Hoofdtekst
En in Boorse, dao waor ene Pas, dèi voor mèt twië pèird dEnnen, en aan de Drij Gezusters K/II: (dao aan het kepelleke van de Drij Gezusters, in Grumme,)dao stóng zijn pèird (paarden). 'Allè!' zèit er, mer die pèird gingen geine sjtap miër veuruit. Er zag: 'Jizzus Maareja Joëzef, help mich!' en dów kraakde-n alles, en dów ging dat veruit (vooruit)! Dów ging zij gespan veuruit! En dat zin (zijn) gein fabelen!!...
Beschrijving
Een man die met twee paarden op pad was, moest voorbij het kapelletje van de Drie Zusters in Opgrimbie. Op die plaats bleven de paarden plots stilstaan. Daarop riep de man: "Jezus, Maria, Jozef, help mij!" Vervolgens hoorde de man een luid gekraak, waarna de paarden weer verder gingen.
Bron
P. Knabben, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (maasvallei)
K/XV/var.266 (1)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
kapel van de Drie Zusters (Opgrimbie)   
Drie Zusters (kapel van de) (Opgrimbie)   
Naam Locatie in Tekst
Kotem   
Plaats van Handelen
Opgrimbie   
