Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0151_0151_31441

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

In de tijd was ik polier, en mijn vader was ook polier en ze spraken van spoken. Op een zekere keer, ik was er niet bij hoor, maar mijn broer was er bij, die drie jaar ouder was.Ze kwamen van de weg en ze kwamen aan de Saksenboom tussen Meilegem en Dikkelvenne. Dat was een kasseibaantje van twee en een halve meter en dan aardeweg. En daar kwamen ze een hele kudde nonnen tegen, zo tussen elf, twaalf uur 's nachts. Er waren er wel tweehonderd, driehonderd. En mijn vader zei tegen mijn broer : „Wil ik er ene eens een klop geven met mijn djakke?". „Laat maar zo, laat dat maar schoon gerust, want ge weet niet wat dat is", zei mijn broer. En inderdaad, ze gingen vier aan vier in die more. En als ze gepasseerd waren zagen we niets meer.

Beschrijving

Twee mannen kwamen omstreeks elf of twaalf uur ’s nachts een groep van wel twee- of driehonderd nonnen tegen op een kasseiweggetje tussen Meilegem en Dikkelvenne. Eén van de mannen zei: “Zal ik ze eens een slag geven met de zweep?”, maar zijn zoon antwoordde: “Neen, laat het maar zo!” Wat verderop zagen de mannen dat de nonnen waren verdwenen.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
75A
Broer van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Edelare    Edelare   

Plaats van Handelen

Meilegem    Meilegem   

Dikkelvenne    Dikkelvenne