Hoofdtekst
me vôder hâ geld gevoenge; en hem ging vrôgen on ze moeder te Miele wat hem er mei moes doen; en ze zei dat hem da moes trugdrôge; en as hem trugkam, in een holstroot, kam ne zwetten hond hem nô; en as hem bleif stôn, bleif den hond oek stôn; en zoe tot as hem in Korsworm was.
Beschrijving
Een man die geld had gevonden, ging aan zijn moeder in Mielen vragen wat hij met het geld moest doen. De moeder raadde haar zoon aan om het geld terug te brengen naar de eigenaar. Toen de man terug naar Corswarem ging, werd hij de hele tijd gevolgd door een zwarte hond.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (sint-truiden)
116
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Corswarem   
Plaats van Handelen
Mielen   
Corswarem   
