Hoofdtekst
Hier was ook een, 'Boze Griet' as ze zegden, weet zje nie, die ging altijd a(ch)ter e bees(t)en noa 'woew, woew... woew, woew...' zei ze. As zje dors(t) ereges zijn en zje dors(t) een voas (= vuist) op haar maken a(ch)ter hare rug, dan kwam ze op oech toe (= op U aan), zegden ze. Mè ich dach(t) in mijn eigen, 'dat gon ich toch eens riskeren of dat waar is' want ze zegden at het een heks was, wor! mè 't was niks, want ich ging ko(r)t a(ch)ter haar noa, 't was niks.
Beschrijving
In Rutten woonde een vrouw die 'Boze Griet' werd genoemd. De mensen geloofden dat ze een heks was. Wanneer men achter haar rug een vuist maakte, zou de heks zich omdraaien en naar die persoon toe komen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
R69
memoraat
Naam Overig in Tekst
Boze Griet   
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
