Hoofdtekst
‘k En ik onthoeden datten hij hem verkleedde in boer, in peerdekoopman. Enne goeng nor de marten van Torhout en Brugge om kennisse te maken met ol dat volk. En otten dor etwot in koste vermoeden enne ging hij toen ’s nachts dor nortoe. Enne gaf hem ook uut voor een van e fabrieke. Enne ging olle soorten dingen gon presenteren. Enne wos hij in contact met tiene, twolf man en nog meer. Ze zaten in de busschen in de groend. J’e wel tien jor in dat bus geweund. Bakelandt wos eigentlik de baas, den hoofdman van de bende. ‘k Kunnen geen raad meer geven otten hij nu gepakt geweest is of otten hij nu uutgestorven is. ‘k En nog niet gelezen dat er dor vrovolk bij wos.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bakelandt verkleedde zich soms als boer, als fabrieksarbeider of als paardenhandelaar. Op de markten van Torhout en Brugge ging hij de gesprekken van de mensen afluisteren om te weten te komen wie geld in huis had. 's Nachts trok hij op rooftocht. Bakelandt had meer dan twaalf rovers onder zijn hoede. De bende van Bakelandt heeft wel tien jaar in een bos gewoond.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
180A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Bikschote   
