Hoofdtekst
H: En er was iemand die een paard, een nieuw paard gekocht had, een boer en die ging met de mestkar naar het veld en zij was buiten en ‘Hebt ge een nieuw paard,’ zegt ze, ‘Jaak?’. ‘Ja,’ zegt hij, ‘ik ga het proberen.’ Vroeger deden ze dat zo, een paard op proef een paar dagen en als het ergens iets mankeerde, ja dan deden ze het terug. En ‘Pas maar op,’ zei zij dan, die vrouw, ‘dat het niet op de loop gaat’. En die man, die doet de mestkar leeg en hij wil terug vertrekken en het paard (is) op de loop. G: Door die vrouw dan of wat?H: Door die vrouw.[H legt aan D uit om welke man het precies gaat. Omdat het in het plat Lauws is, kan ik dat niet goed volgen. Het komt erop neer dat de boer ‘Jaak’ de vader was van een zekere Tinneke.]G: Wat zeiden de mensen dan tegen die vrouw? Confronteerden ze die daarmee of lieten ze die gewoon…?H: Daar werd niks…D: Achterklap hé, dus iedereen sprak ervan, behalve tegen die vrouw.G: Ja.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Als men vroeger een paard had gekocht, dan mocht men het dier enkele dagen houden en het terugbrengen naar de verkoper als er iets scheelde. Een man die met de mestkar naar het veld reed, kwam een heks tegen, die vroeg: "Heb je een nieuw paard gekocht?" Toen de man bevestigend antwoordde, vervolgde de heks: "Pas dan maar op dat het paard niet op de loop gaat!" Toen de man zijn mestkar had leeggemaakt en terug wilde vertrekken, bleek het paard verdwenen te zijn.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
L4
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
