Hoofdtekst
Den nekkerpit, dat hadde alzo de name; ‘t En durfde daar omtrent niemand passeren, de menschen geloofsten aan toverije. Dien pit hadde betoverd geweest, maar ’t moet daar alleszins etwod geweest zijn, ’s wille (want) dat heeft nog gebeurd met moeders vader, hij passeerde bij dien pit, en de peerden en wilden niet meer trekken, ze waren in schuim en zweet. En hij heeft nog beginnen lezen en een kruis gemaakt op ieder peerds kop, en de peerden z’hebben de gruw (angst) ingekregen en ze zijn naar huis gelopen.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Niemand durfde voorbij de nekkerput te lopen omdat het daar spookte. Een man die daar op een dag met zijn paarden voorbij moest, stelde vast dat de paarden begonnen te zweten en schuimbekken. De man maakte een kruisteken en begon te bidden, maar de paarden liepen weg uit angst.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (franse grens)
168
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
nekkerput (Herzele)   
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
