Hoofdtekst
En op dat hof waar dan welder (wij) gewoond hen. Da zat daar vol mee katten en me kosten niet kernen. En z’hen daar tons (dan) een kapelleken gezet en ’t was gedaan.
Beschrijving
Op een boerderij waar men geen boter kon karnen, zaten altijd veel katten. Nadat men een kapelletje had gebouwd, verschenen de katten niet meer.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
168
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Joris-ten-Distel   
