Hoofdtekst
Een man uit de geburen kocht thuis eens een kalf. Toen het groot was, konden die mensen maar geen kalf van die koe groot krijgen. Het een na het ander ging kapot. De zoon ging naar het heksenmenneke en deed hem de zaak uiteen en hij zei ook dat hij dacht op de markt een nieuwe koe te kopen. Toen zei 't Menneke: 'Wel, let dan eens op als ge terugkomt of er u geen vrouw tegenkomt, die zegt: O wat een schone koe, pas dan op dat ze haar vingers er niet aan steekt.' En schoon, 't kwam uit, een vrouw die nu nog niet lang dood is, kwam op hem af en zei: 'O wat een schone koe', maar hij zorgde dat ze er met haar poten van bleef.'t Menneke had ook iets meegegeven om in de deur van de koestal te steken. 's Nachts moesten ze ook gaan zien, had hij gezegd. De heks had nu geen macht meer om binnen te geraken. Ze moest buiten blijven staan, het was dezelfde die ze tegen gekomen waren met de koe.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boer had een koe gekocht, maar hij slaagde er niet in om de kalveren van het dier in leven te houden: het ene kalf na het andere stierf. De zoon van de boer ging naar een tovenaar en vertelde daar wat er gebeurd was. Hij vertelde de tovenaar ook dat hij van plan was om op de markt een nieuwe koe te kopen. De tovenaar zei: "Als je de koe van de markt naar huis brengt, let er dan op dat je geen vrouw tegenkomt, die zegt: "O, wat een mooie koe!", en die het dier met haar hand aanraakt." Toen de zoon op de markt een nieuwe koe was gaan kopen, kwam hij inderdaad een vrouw tegen, die zei: "O, wat een mooie koe!", maar hij zorgde ervoor dat ze het dier niet kon aanraken. De tovenaar had de zoon ook iets gegeven dat hij in de stal moest leggen om de heks tegen te houden.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburg
Stal behekst: variante 2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zepperen   
