Hoofdtekst
De mensen zeien, dat de woaterduvel dor an de woaterloop zat. En j’hoorde gie ton ’s nachs ketens anz’n nekke, dien ruttelden en de mensen dien do passeerden wierden met under gat in ’t woater gezet. Azo, in da stromend woater. Joans! (ja zij).
Beschrijving
De waterduivel had kettingen rond zijn nek, waarmee hij 's nachts rammelde in de buurt van waterlopen. De mensen die daar voorbijkwamen, werden in het water gegooid.
Bron
L. Cumps, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (z van brugge)
91
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Assebroek   
