Hoofdtekst
Als ik klein was, waren mijn ouwers weg naar de vroegmesse en ik moest de stal kuisen. Ik deed mijn best om dat goed te doen, en als dat gedaan was, kroop ik op de schelf, en ik was daar ingedommeld; en mee ene keer gevoel ik dat ik volledig onbekwaam was om nog te boegeren; en ik was wakker want ik hoordegen mijn moeder in huis marcheren, ja, in diënen tijd was ’t op de kloeffen (klompen) te doen, ’t en heeft niet lang geduurd, maar ik en ben op dat hooi nimmer gaan slapen. En om dat te beletten moet ge kousen kruisgewijze aan ’t bed leggen.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een jongen moest de stal schoonmaken terwijl zijn ouders naar de vroegmis waren. Nadat de jongen dat karweitje had opgeknapt, viel hij op de schelf in slaap. Een tijdje later werd hij wakker en hoorde hij de voetstappen van zijn moeder. De jongen kon zich echter niet bewegen. Na dat voorval is de jongen nooit meer in het hooi gaan slapen. Zulke dingen konden niet gebeuren als men zijn sokken gekruist bij het bed had gelegd.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
172
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Schendelbeke   
