Hoofdtekst
9 Dat, en als je bijvoorbeeld van de bakker, als ze brood aan boord doen, hé, dat je zegt: "We zijn voor tien dagen weg, hé." En ze smeten dertig of vijfendertig broden aan boord, hé.I Ja.9 En [op] ‘t eind van ‘t jaar kreeg je dan een koekebrood [= een krentenbrood], hé. Godver, maar dat koekebrood smeten ze in zee, hé, zeg maar dat je net kapot was, hé, als je vis wou.I Is ‘t waar?9 En vooral de zondag in zee, hé, pas op, hé. ‘t Was van dat, hé.I Jaja.9 Veel vis, vissersbijgeloof, hé, godverdomme ja, wè, zeg, dat was enorm, hé, vroeger.I Ja.
Beschrijving
Wanneer de vissers voor tien dagen op zee vertrokken, gooide de bakker dertig of vijfendertig broden aan boord. Op het einde van het jaar kregen de vissers een krentenbrood. Dat gooiden ze echter steevast in het water.
Als men op een zondag op zee ging, kreeg men ongeluk.
Als men op een zondag op zee ging, kreeg men ongeluk.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (blankenberge)
9S
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
