Hoofdtekst
Als ik 10 jaar was zijn wij naar Weert gaan wonen. Den boer waar wij de hoeve van gekocht hadden, had de naam dat hij kon toveren; en omdat zijn huis niet af was, bleef hij er wonen. "Als ge mij nodig hebt, moogt ge mij roepen", zei hij. Maar als ge hem dan gingt roepen, kwam hij niet. En kort opeen stierven er twee koeien. We zijn dan naar 't klooster geweest en dan stierven er geen meer.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een familie verhuisde naar Weert en ging in de hoeve van een tovenaar wonen. Omdat het huis van de tovenaar nog niet af was, bleef hij nog in zijn hoeve en sprak tot de nieuwe bewoners: "Als jullie me nodig hebben, roep dan maar!" Als men de tovenaar ging roepen, kwam hij echter niet. Daarna stierven op de boerderij in een korte periode twee koeien. De mensen gingen naar het klooster, waarna er geen koeien meer stierven.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (rupelstreek en omgeving)
273
1895
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruisbroek   
Plaats van Handelen
Weert   
