Hoofdtekst
Ja, vroeger verkochten ze ulder ziele aan den duivel! Ze zaten te vloeken en te ketteren en als ulder ziele verkocht was, ze wisten hoe lange dat ze nog kosten leven en wanneer den duivel om ulder ziele ging komen. Hoe dat ze dat wisten? Jamaar dat wete ‘k niet zulle! Ewel, ze waren zilder dat zeker gezeid van den duivel, ‘k wete ’t niet, maar ze wisten alleszins dat hij achter ulder ziele ging komen dién dag en op dié ure.En ‘k heb nog horen vertellen dat den duivel om één zijn ziele kwam, en hij had genen tijd, hij had genen tijd om mee te gaan. En hij haalde ‘ne zak lijnzaad en hij goot ze in ’n houtmijte.En hij moeste eerst al die zaadjes uit d’houtmijte halen, eentje met ‘ne keer, en toen ging hij gereed zijn, zeid’ie, en meegaan. En dien duivel moeste dus al dat lijnzaad uithalen. En als ’t gedaan was, ging-t-ie achter dien vent en hij moeste mee!
Beschrijving
Mensen die hun ziel aan de duivel hadden verkocht, zaten de hele tijd te vloeken omdat ze niet wisten hoe lang ze nog zouden leven en wanneer de duivel hun ziel zou komen halen.
Een man die bezoek kreeg van de duivel die zijn ziel kwam halen, zei dat hij geen tijd had en hij goot een zak lijnzaad in een houtmijt. Wanneer de duivel al die zaadjes één voor één uit de houtmijt had geraapt, zou de man klaar zijn. Toen de duivel die opdracht had vervuld, nam hij de man mee.
Een man die bezoek kreeg van de duivel die zijn ziel kwam halen, zei dat hij geen tijd had en hij goot een zak lijnzaad in een houtmijt. Wanneer de duivel al die zaadjes één voor één uit de houtmijt had geraapt, zou de man klaar zijn. Toen de duivel die opdracht had vervuld, nam hij de man mee.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (tussen schelde en leie)
581
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
