Hoofdtekst
Beschrijving
Een knecht die op een grote boerderij woonde, had zijn ziel aan de duivel verkocht. Daarvoor had hij met zijn eigen bloed een contract ondertekend. De knecht kon een liederlijk leven leiden, maar hij kon niet rijk worden.
Op een dag wandelde de knecht met zijn vriend in het dorp. De twee hadden al heel wat bier gedronken en kregen honger. De jongens gingen naar een beenhouwer, waar de knecht zei: "Ik zal dat wel allemaal betalen". De knecht was niet meer erg nuchter en liet zijn geld vallen. Daarop sprak hij tot zijn vriend: "Raap jij dat kruis eens op. Ik kan dat niet".
Op een dag wandelde de knecht met zijn vriend in het dorp. De twee hadden al heel wat bier gedronken en kregen honger. De jongens gingen naar een beenhouwer, waar de knecht zei: "Ik zal dat wel allemaal betalen". De knecht was niet meer erg nuchter en liet zijn geld vallen. Daarop sprak hij tot zijn vriend: "Raap jij dat kruis eens op. Ik kan dat niet".
Bron
V. Michiels-Lecock, Leuven, 1973
Commentaar
3.1 Duivels
brabants (tienen)
4d
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Outgaarden   
