Hoofdtekst
Boer Perneel zat ne keer bie grootvoader ip nen zoaterdagnuchten. Den barbier kwam juste binnen om hem te scheren. Omdat grootvoader schepen wos mochte ne geschoren zijn van den barbier.Binst dat den barbier bezig wos kwam ter een binnen die rattevergif verkochte. ’t Was juste negen, den tijd dat de boeren eten voor den tweeden keer ’s nuchtends. Grootvoader zei tegen dee vent dat ne zoe meeëten. O dat gedoan was kochte grootvoader een doze rattevergif. Dat wos entwien aan wie dat je moste kopen. Boer Perneel lachte en je zei: ge ’n heet gij toch geen ratten, en ik wok niet. Olmetnekeer recht dene verkoper hem en je zegt: ja, mo ge kunt er kriegen. En Perneel lachte voort. Mo ne moand nodien wos zijn strooien dak voor den helft ipgeten van de ratten. Dee vent met rattevergif wos een die koste ratten verzenden. En grootvoader kochte oltied, nodig of niet.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een boer die zich door de barbier liet scheren en bezoek had van een buurman, zag een man aankomen, die rattenvergif verkocht. Het was net negen uur, het tijdstip waarop de boeren 's ochtends voor de tweede maal aten. De boer liet de leurder aanschuiven aan tafel. Na de maaltijd kocht hij een doos rattenvergif. Daarop sprak zijn buurman: "Maar jij hebt toch geen ratten en ik ook niet!" Daarop stond de leurder op en zei: "Maar je kan er krijgen!" De buurman lachte. Een maand later was zijn strooien dak echter voor de helft opgegeten door ratten. Die leurder was namelijk iemand die ratten kon verzenden. De boer kocht altijd iets, of hij het nu nodig had of niet.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (groot-roeselare)
248
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ardooie   
