Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0098_0098_21945

Een sage (mondeling), maandag 25 november 2002

Hoofdtekst

x Ja dat kan, dat weet ik niet. En dat was zo een tovenaar die vroeger in Wolfsdonk woonde.24B Die heette, dat was Fons, Fons van de Kuiper, die zoon daarvan. Hoe was dat weer, die wrong altijd tegen. Bijvoorbeeld als hij zijn Pasen moest houden, dan kon hij niet naar de kerk gaan. Dan bracht de pastoor zijn dingen naar huis en dan stond hij patatten (aardappelen) uit te doen of patatten te planten, als hij zijn Pasen moest houden.x En weet je.24B Pah zeiden ze daar altijd tegen, maar hoe heette die nu weer met zijn naam?v Verbeek.24B Verbeek, dat was familie, maar het had een speciale naam. Ja en die woonde waar Fons gewoond heeft, die naaister, Fons van de Thijs zeiden ze.x Ja.v Daar woonde die.24B Die deed zo’n beetje van alles om het zot te houden ermee, en daarom. Gelijk zijn Pasen laten brengen en dan stond hij in het veld, zeiden ze. Dan moest hij naar huis gaan en zo van alles. Ik heb die nog gekend.v Ah, jij hebt die nog gekend.24B Een oude mens.(?)v En kon die nog bepaalde dingen doen?24B Ja, dat was zo een beetje een spookachtige vent. Een zakdoek, die had een boek en hij moest negen dagen zijn bloed laten inlekken van zichzelf in een schaal zo. Maar wat moest er nog bijgedaan worden, dat weet ik niet. En de negende dag zou hij een ventje gehad hebben, en hij had een. Maar hij mocht dan negen dagen niet naar de mis gaan, hij mocht met niks bezig zijn, met geen pastoor of met geen kerk. En de negende dag had hij een ventje. Dat is juist, dat is Pah Thijs. Ik heb die nog gekend.x En wat deed hij dan met dat manneke?24B Maar die daar bij gewoond hebben, die hebben geen kinderen gehad. Fons de Kuiper en Roos Binneman, dat waren heel brave mensen. Die hebben daar bij gewoond niet, in die zijn huis gewoond, later, bij de Verbeek.

Beschrijving

In Wolfsdonk woonde een tovenaar die altijd dwarslag. Met Pasen zorgde hij er bijvoorbeeld voor dat hij niet naar de mis kon gaan. Wanneer de pastoor de Communie dan kwam brengen, was de tovenaar aardappelen aan het rooien of planten.
De man bezat ook een toverboek. Hij moest negen dagen lang druppels van zijn eigen bloed in een schaal laten vallen. Gedurende die periode mocht hij zich niet met pastoors inlaten en niet naar de kerk gaan. Op de negende dag kreeg de man een ventje.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
24B
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Pah Thijs    Pah Thijs   

Pasen    Pasen   

Naam Locatie in Tekst

Langdorp    Langdorp   

Plaats van Handelen

Wolfsdonk    Wolfsdonk