Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FBEER0141_0142_13567

Een sage (mondeling), 2002-11-8 2002-11-8 (foutieve datum)

Hoofdtekst

Philomeen: Vroeger vertelden ze thuis wel een verhaal, maar ik weet niet meer precies hoe het ging. Een jongen die ging vrijen. En iedere keer als hij naar huis ging, ging dat meisje nog iets doen aan de schouw. Nu had hij zich eens weggestoken en dat afgeluisterd wat ze dan ging doen. Ze wreef zich dan in met iets, en dan zei ze: 'Dat de duivel mij nu mag dragen, over heggen en hagen.' Toen dacht die jongen: 'Dat ga ik ook eens doen.' Hij had dat ook gedaan, maar hij had zich 'verklapt' (versproken). Hij had gezegd; 'Dat de duivel mij nu mag dragen, door heggen en hagen.' Die had afgezien! Zo een potje zalf stond daar altijd op de schouw eh. Die jongen moest altijd vroeg naar huis gaan, en hij vroeg zich af waarom. Maar zij ging naar waar die heksen bijeen kwamen eh.

Onderwerp

SINSAG 0511 - Über Weg und Steg    SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   

Beschrijving

Een jongen vond het vreemd dat zijn vriendin vlak voordat hij naar huis vertrok altijd iets ging doen bij de schoorsteen. Op een dag had de jongen zich verstopt om zijn vriendin te bespieden. Het meisje smeerde zich in met iets en zei vervolgens: "Dat de duivel mij nu mag dragen, over heggen en hagen".
De jongen deed het meisje na, maar hij vergiste zich bij het uitspreken van de toverformule en zei: "Dat de duivel mij nu mag dragen, door heggen en hagen". Zwaargewond kwam de jongen aan op de heksenbijeenkomst.

Bron

F. Beerten, Leuven, 2003

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (groot-beringen)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Koersel    Koersel