Hoofdtekst
’t Er was ne keer een meiske dat ziek was. Ze lag in haar bed(de). De vader kwam thuis en zei: “Floentientje, ‘k wens u veel geluk mee uw klein kindje.”’t Meiske zei:“Och vader, zijt gij vader van mij”‘k En heb voorwaar geen kindje bij mij”“’t Zijn al die padden en die slangen”“Die mijn klein hertje bevangen.”’t Was de moeder die gezegd had dat ze in haar bed(de) lag en dat ze een klein kindje had. ’t En was niet waar. ’t Was de moeder die ze behekste.
Onderwerp
SINSAG 0587 - Hexe zaubert Tier (Kröte, Hermelin) in den Leib eines Menschen.
  
Beschrijving
Een man sprak bij zijn thuiskomst tot zijn dochter, die ziek was omdat ze zwanger was: “Ik wens je veel geluk met je kindje”. Daarop had de dochter geantwoord: “Och vader, ik heb geen kindje bij mij. Het zijn al die padden en slangen die mijn klein hartje bevangen”. Het meisje was niet zwanger, maar de moeder had het haar man wijsgemaakt. In werkelijkheid werd de dochter door haar eigen moeder behekst.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
238
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
