Hoofdtekst
Het was in ’14 op een gehucht de "Zwijnebak”. ’t Was een soort toverij. De mensen hebben daar enige avonds altijd reke een geit gehoord die schreeuwde op de bomen. De ene keer was het op die boom, de andere keer tien minuten vodder (verder) in een andere boom. Ze wareerde (zwierf) door de lucht al schreeuwen lijk een gete "bèèèè”. Er gingen daar veel mensen naar toe. Velen waren benauwd. Als dat een week geduurd had, de herbergiers hadden al hun bier verkocht aan de Zwijnebak en de geit was weg. Het was gedaan. Maar lijk of dat ik gehoord heb, die gete dat was een vogel die vervliegt en als hij vervliegt dan maakt hij het gerucht van een gete. Er heeft hem nooit niemand gezien.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
In het gehucht Zwijnebak hoorde men enkele avonden een geit schreeuwen in de buurt van de bomen. Van hende en ver kwamen de mensen naar de vliegende geit luisteren. Na een week hadden alle herbergiers hun bier verkocht aan die mensen en was de geit verdwenen. Later is gebleken dat er een vogel bestaat, die het geluid van een geit maakt.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
20
1914
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kemmel   
Plaats van Handelen
Zwijnebak (tussen Nieuwkerke en Kemmel)   
