Hoofdtekst
Hier in Gingelom op 't kasteel is ene doodgeslagen van de donder. Die was daar meesterknecht en die had twee zusters die niets deden als klaver pakken van de boeren. Die boeren gingen dan reklameren op 't kasteel bij de burgemeester en dan moest de meesterknecht altijd alles in 't goeie 'klappen'. En op een keer waren daar weer klachten over die man zijn zusters en 't was juist aan 't onweren, het bliksemde en donderde. En die man was dat moe van zijn zusters en hij zei: 'O.L.Heer mag me treffen met de donder als ik nog ooit pardon vraag voor mijn zusters.' Maar die woorden waren nog niet uit zijn mond, toen kwam daar een donderslag en die haalde hem alleen tussen het ander werkvolk uit en hij was op de slag dood.
Onderwerp
SINSAG 0461   
Beschrijving
Op het kasteel van Gingelom werkte een knecht wiens zussen regelmatig klaver gingen stelen bij de boeren. Wanneer de boeren hun beklag gingen doen bij de burgemeester, moest de knecht altijd voor zijn zussen in de bres springen. Op een onweerachtige dag was de knecht het zo beu, dat hij uitriep: "O.L. Heer mag mij treffen met de donder als ik nog ooit een excuus moet bedenken voor mijn zussen." Zijn woorden waren nog niet koud, of de man viel dood neer bij de volgende donderslag.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
5. Sagen - Legenden
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
O.L. Heer
O.L. Heer
O.L. Heer
kasteel van Gingelom   
Naam Locatie in Tekst
Gingelom   
Plaats van Handelen
Gingelom   
