Hoofdtekst
Ene koupman hoa ene koehond bai zich en koem ene café binnen. De hond legde zich te sloapen onder toafel. Mai het was gene gewone hond, het was en wèèrwolf. Toen hoalden de minsen waiwoater en besprenkelden de hele café domèt. En opeens was de hond voert.
Beschrijving
Een koopman kwam met zijn hond het café binnen. Het dier legde zich onder een tafel te slapen. Omdat de mensen vermoedden dat de hond een weerwolf was, besprenkelden ze het dier en het hele café met wijwater. Daarop liep de hond weg.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
479
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opheers   
