Hoofdtekst
Naar den Hondschote wal ’t heeft daar een kasteel verzonken overtijd en als ze daar passeerden met een lijk bij dat busch (bos), ze mosten een gebed lezen of anders wilden de peerden niet vors. Mijn vader heeft dat dikkers verteld. Overtijd, de menschen waren gevoerd met een overdekten wagen, snavens te voren, je moste je peerden vermanen, anders ’t ging zen kachtel verliezen. En als Lucie X doodging, z’hadden vergeten hem te zeggen dat zijn patronesse dood was en als ze ’t gezeid hadden, ’t was gedaan, ’t wilde were eten.
Beschrijving
In Hondschote zou ooit een kasteel zijn verzonken. Wanneer men met paard en kar een lijk vervoerde, moest men bij het bos van Hondschote altijd een gebed opzeggen; anders bleven de dieren stilstaan. Wanneer een drachtig paard een lijk moest vervoeren, dan moest men het dier de avond voordien verwittigen. Anders zou de merrie haar veulen verliezen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (franse grens)
572
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
Plaats van Handelen
Hondschote   
