Hoofdtekst
's Oavens koem e ne man eens trug tous. Twee katten koemen hem tjègen en miaauwden. Hij zette zich op een gaffel en loet de katten deurgun. Tous kroep hij rap in 't bed van de sjrik. Toen heurde hij ineens iet unkomen. Hij spande deur en vinsters tauw. Het was een kettelzeug (kettingzeug) woa deur de beek oploep. Hij noem ze geweer en sjoot deur het sleutelkoet. Heel het hous stoent vol vuur. Gelukkig kos hij het nog jus op taid met waiwoater blussen. 's Aanderendoags vertelde hij het oan ze bruur. 'Verdomse bes, zaag deze, zjei hèè gemekkelijk dood kunnen zin. Zo moet zje unkomen met d't op te sjieten.'
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Een man die 's avonds naar huis wandelde, werd gevolgd door twee miauwende katten. Toen de man thuis was, hoorde hij een zeug met een ketting door de beek lopen. Daarop nam de man zijn geweer en schoot door het sleutelgat naar de zeug. Het volgende ogenblik stond het huis van de man in brand. Gelukkig kon hij de vlammen nog tijdig blussen met wijwater.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
186
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Berlingen   
