Hoofdtekst
Beschrijving
In Eerdegem (Baardegem) woonde een knecht die elke zondag in de herberg al het geld uitgaf dat hij de afgelopen week had verdiend. Toen de knecht op een zondag terugkwam van een herberg in Steven (Moorsel), kwam hij op de Varent een vrouw tegen. De knecht graaide naar de vrouw, die zich snel bukte. De knecht had de hoed van de vrouw in zijn handen en nam die mee naar huis. Omdat de knecht de volgende ochtend vaststelde dat de hoed in een doodshoofd was veranderd, ging hij snel naar de pastoor. De geestelijke sprak: "Je moet om middernacht op weg gaan met het doodshoofd in je handen. Onderweg zal je iemand tegenkomen, die je naar een eenzame weg zal leiden. Je mag niet spreken tegen die verschijning. Zorg er zeker voor dat je vóór het eerste hanengekraai bij het kruispunt bent". De man deed wat de pastoor hem had aangeraden. Toen hij met zijn gezel onderweg was, hoorde de man een haan kraaien en zei: "Hoor, de haan kraait". De persoon die hem vergezelde, antwoordde: "Neen, dat is geen haan. Dat is een koekeloereman". Even later hoorde de man de haan voor de tweede maal kraaien. Zijn gezel zei weer hetzelfde. Toen de man voor de derde keer hanengekraai hoorde, zei de gezel: "Ja, dat is een haan. Een vogel waarvan het ei in de maand maart is gelegd en uitgebroed, dat is een haan. De andere zijn koekeloeremannen. Een haan waarvan het ei in de maand maart werd gelegd, zal ieder uur kraaien". Na het hanengekraai stak de gezel zijn hand uit en ging verder met het doodshoofd. Het volgende ogenblik begon het hevig te donderen en te bliksemen. Zodra de man thuiskwam, hield het onweer op.
Bron
L. Pauwels, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (noord-west)
478
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Moorsel   
Plaats van Handelen
Varent (Moorsel)   
Baardegem   
Steven (Moorsel)   
Eerdegem (Baardegem)   
